Hoge Raad geeft uitleg Deliveroo-arrest: ondernemerschap kan doorslaggevend zijn

Bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst geldt geen rangorde tussen de mee te wegen omstandigheden. Dit betekent dat ‘ondernemerschap’ van een werkende niet per definitie minder of meer belangrijk is dan andere factoren.
Dat heeft de Hoge Raad vrijdag geoordeeld in een antwoord op prejudiciële vragen van het hof in een zaak tussen vakbond FNV en Uber over de arbeidsrelatie van chauffeurs.
Achtergrond van de zaak
De kwestie draait om de vraag of Uber-chauffeurs werken op basis van een arbeidsovereenkomst of als zelfstandig ondernemers opereren. FNV stelt dat Uber als werkgever moet worden beschouwd en dat de chauffeurs onder de CAO Taxivervoer vallen. De rechtbank gaf FNV gelijk, waarna Uber in hoger beroep ging.
Het hof stelde daarop prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de uitleg van het Deliveroo-arrest, waarin is bepaald dat alle omstandigheden van een geval relevant zijn bij de kwalificatie van een arbeidsovereenkomst. In het Deliveroo-arrest heeft de Hoge Raad een aantal specifieke omstandigheden genoemd die van belang kunnen zijn. Daarbij kan het onder meer gaan over de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen (ondernemerschap).
De prejudiciële vragen
De Hoge Raad moest zich buigen over drie kernvragen:
- Kan ‘ondernemerschap’ doorslaggevend zijn bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst?
- Betekent het ontbreken van ‘ondernemerschap’ automatisch dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, en omgekeerd dat de aanwezigheid ervan een arbeidsovereenkomst uitsluit?
- Beperkt ‘ondernemerschap’ zich tot de relatie tussen werkende en opdrachtgever, of mogen ook externe factoren worden meegewogen?
Arrest Hoge Raad
In het Deliveroo-arrest heeft de Hoge Raad geen rangorde aangebracht tussen de in dat arrest genoemde omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst. De omstandigheid ‘ondernemerschap’ is dus niet minder belangrijk dan de andere omstandigheden. Voor zo’n rangorde ziet de Hoge Raad ook nu geen aanleiding. Niet uit te sluiten valt dat voor het antwoord op de vraag of een overeenkomst een arbeidsovereenkomst is, doorslaggevend is of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, ook als andere omstandigheden wijzen op een arbeidsovereenkomst. Het kan zich dus voordoen dat de arbeidsrelatie ten aanzien van hetzelfde werk, verricht voor dezelfde opdrachtgever, voor een werkende met ‘ondernemerschap’ geen arbeidsovereenkomst is en voor een werkende zonder ‘ondernemerschap’ wel. ‘Ondernemerschap’ in de zin van het Deliveroo-arrest heeft betrekking op de algemene (ondernemers)situatie van de werkende en kan dus ook zien op omstandigheden die zijn gelegen buiten de specifieke verhouding tussen de werkende en zijn opdrachtgever.
Gevolgen voor de praktijk
Het hof zal de zaak tegen Uber voortzetten met inachtneming van deze richtlijnen. De uitspraak heeft bredere implicaties voor platformwerkers en andere sectoren waarin zelfstandigheid en werknemerschap ter discussie staan. Rechtbanken in vergelijkbare zaken zullen de overwegingen van de Hoge Raad in hun oordelen meenemen.
Bron: Accountancy Vanmorgen